Nog geen eens zo lang geleden werden restauranthouders verketterd omdat ze een jodenhaasje op de kaart hadden staan. Bozen klanten schaarden deze biefstuk van de schouder in dezelfde categorie als de archaïsche Jodenkoeken of Negerzoenen. Maar de werkelijkheid ligt toch een stuk genuanceerder. Het jodenhaasje draagt deze naam omdat de spijswetten van orthodoxe joden voorschrijven dat er geen vlees van de achterbout van koe of rund mag worden gegeten. Dat is hun eigen religieuze voorkeur. Niet om hygiënische redenen overigens, zoals ik aanvankelijk dacht, maar omdat aartsvader Jacob met een engel vocht, waarbij hij zijn heup ontwrichtte. Sindsdien, 20 eeuwen geleden, heerst er een Joods religueus taboe op vlees van achterzijde. Wat de keuze in steaks sterk beperkt.

Jodenhaas

Bron: www.tripadvisor.co.za

Diamanthaasje of toch liever Teres Major

Om discussies te vermijden zie je steeds vaker de van oorsprong Vlaamse benaming Diamanthaasje terug. Geen verwijzing naar de vorm of kwaliteit maar naar de traditionele handel in de Joodse buurt van Antwerpen. Tot op de dag van vandaag beheersen orthodoxe Joden de diamanthandel in België. Qua vorm heeft deze steak wel wat weg van de kostbaardere ossenhaas, maar hij is veel kleiner en weegt slechts een kleine 400 gram. Aan deze gelijkenis dankt het de toevoeging haasje. Bovendien is het ook nog eens de malse biefstuk uit de schouder. In de Engelse taal is de benaming weinig anders. Naast het oorspronkelijke ‘Jewish Filet’, duikt ook wel het chiquere en Amerikaanse ‘Beef Shoulder Petite Tender’ op, een naam die de kwaliteiten benadrukt. Opvallend is dat men steeds vaker de anatomische naam Teres Major gebruikt, de wetenschappelijke naam van de spier. Ook in culinaire kringen. Waarschijnlijk om de bovenstaande discussie voor te zijn. Persoonlijk stel ik voor om het (stuk van het) beestje, bij zijn naam te blijven noemen. Tradities zijn er niet voor niets en het smaakt er allemaal geen druppel minder om.